Nederland kiest voor de maakindustrie en de machinebouw moet meebewegen
Mohammed Ahouri
Afgelopen week presenteerde het kabinet een nieuw industriebeleid met een duidelijke boodschap: “Wie niet kiest, verliest.” De tijd van alles tegelijk proberen is voorbij: Nederland gaat zich richten op zes strategische markten, waaronder de machinebouw.
Voor de maakindustrie is dat een belangrijk signaal. Niet omdat het beleid iets oplost, maar omdat het erkent dat de kracht van Nederland ligt in slimme technologie en hoogwaardige productie. En juist daar staan we op een kantelpunt.
De machinebouw als motor van vooruitgang
De machinebouwsector is al jaren één van de meest innovatieve pijlers van de Nederlandse economie.
Van voedselverwerking tot high-tech productielijnen. We exporteren kennis, precisie en betrouwbaarheid.
Maar wie met beide benen in de praktijk staat, ziet ook de keerzijde:
Tekort aan technisch personeel
Stijgende projectdruk en levertijden
Fouten die te laat in het proces zichtbaar worden
Het zijn geen nieuwe problemen, maar ze drukken zwaarder dan ooit.
En dat maakt dit nieuwe industriebeleid niet zozeer een waarschuwing, maar een oproep tot nadenken.
Niet harder, maar slimmer
Als land zijn we goed in techniek, maar soms vergeten we dat innovatie niet altijd in nieuwe machines zit, vaak zit het in hoe we ze maken.
De toekomst van de machinebouw ligt in het combineren van kennis, proces en digitalisering.
Denk aan:
Standaardisatie van terugkerende functies en modules
Digital twins om fouten al in de ontwerpfase te vangen
Smart Wiring en Smart Production om de werkplaats te ontlasten
En het slim inzetten van software zoals EPLAN om van Engineering-to-Order naar Configure-to-Order te bewegen
Het doel is niet minder mensen, maar meer waarde uit de mensen die er al zijn.
Dat vraagt om structuur, samenwerking en durf om gewoontes los te laten.
Kiezen is bouwen aan toekomst
Het nieuwe industriebeleid zegt het treffend: “Wie niet kiest, verliest.”
Maar kiezen hoeft niet eng te zijn: het betekent focus aanbrengen.
Voor de machinebouw is dat de kans om opnieuw vorm te geven aan hoe we produceren, engineeren en samenwerken.
Door processen beter op elkaar af te stemmen, blijven we als land concurrerend.
Niet door goedkoop te produceren, maar door slim, schaalbaar en met kwaliteit te blijven werken.
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid
De komende jaren wordt duidelijk wie deze omslag serieus neemt.
Niet alleen grote spelers, maar ook kleinere machinebouwers en engineeringsbureaus kunnen hier het verschil maken. Door kennis te delen, samen te innoveren en te investeren in efficiëntere processen, blijft de Nederlandse maakindustrie niet alleen relevant, maar ook toonaangevend.
De echte uitdaging is dus niet of we moeten veranderen, die keuze is al gemaakt.
De vraag is alleen hoe snel we het doen.